Fotograferen is een eerlijke innerlijke drang. Er komen voortdurend krachtige beelden in me op. Die wil ik dan ensceneren, verwerkelijken, vastleggen.” Tejo was als kind al gefascineerd door het beeld. Het zwarte Kodakdoosje uit de jaren zestig was Tejo’s eerste kennismaking met de fotografie. “Het klikje, de in zwartwit vastgelegde momenten van het gezinsleven, het had iets magisch.” De combinatie van creatie en techniek is altijd een rode draad gebleven in mijn werk. Geen wonder dat mijn eerste auto een Citroën DS werd, een model waarin sublieme, vooruitstrevende techniek werd gekoppeld aan een schitterend lijnenspel. Tejo portretteert vrouwen en mannen in een omgeving van verloren industriële glorie. Waarom? “Er gaat een enorm krachtige contrastwerking vanuit. Mijn decors zijn sloopterreinen, vervallen huizen en lelijke, oude en verlaten fabrieken, met verroeste klinknagels en stof. Ooit ging het er levendig aan toe: bonkende machines, zwetende met vet besmeurde mensen. Het is er nu stil, maar je ‘hoort’ de echo’s nog. Zo heb ik in een oude staalfabriek in Hunedoara (Roemenië) gewerkt. De fabriek was gesloten, alle staal was eruit gehaald. Er stond alleen nog een karkas. Als je in een dergelijk decor een mens met sterke charisma plaatst, gebeurt er iets bijzonders. Als kijker word je een beetje bang voor de sfeer van die plek aan de zelfkant van de samenleving, terwijl je de persoon op de foto juist wil leren kennen. De lichtinval en de keuze voor asymmetrische lijnen versterkt dit effect nog.” In zijn werk probeert Tejo vooral het moment te vangen. Ik zoek naar zelfvertrouwen, persoonlijkheid, een zekere stoerheid in mijn modellen.” Echtheid, reality is een uitgangspunt in het werk van Tejo Fickinger.